Belasting-aas
Vanaf het moment dat mensen belasting voor speelkaarten moesten betalen, werd er steeds vaker fraude gepleegd. Op allerlei manieren probeerden de mensen aan deze belasting te ontkomen. De overheid was echter onverbiddelijk. Op fraude volgde onder meer geseling, brandmerken, eenzame opsluiting en verbanning.
Vanaf het moment dat mensen belasting voor speelkaarten moesten betalen, werd er steeds vaker fraude gepleegd. Op allerlei manieren probeerden de mensen aan deze belasting te ontkomen. De overheid was echter onverbiddelijk. Op fraude volgde onder meer geseling, brandmerken, eenzame opsluiting en verbanning.
Twee stuivers
Met ingang van 1 januari 1754 wilden de Staten van Holland twee stuivers belasting heffen op de verkoop van speelkaarten. Het tarief gold voor spellen die in Noord- en Zuid-Holland waren gemaakt. Voor spellen die elders in het land waren geproduceerd, gold tweemaal dit bedrag en voor buitenlandse spellen driemaal.
Klein Zegel
De belasting werd nog verhoogd met het ‘Klein Zegel’, een heffing van tien procent over de verkoopprijs. De fabrikant en/of importeur moest met al zijn spellen naar de belastingontvanger, waar hij betaalde en er aan ieder spel een zegel werd gehangen. Vanwege de fraudegevoeligheid trokken de Staten de invoering van deze belasting terug, nog voordat er een cent was afgedragen.
Belastingstempel
Op 1 mei 1797 volgde een nieuwe poging. Ditmaal werd het gebruik van het kaartspel belast. Speelkaartenfabrikanten werd verboden om spellen te leveren zonder belastingstempel. Deze moest staan op de schoppen aas, die werd gedrukt door een speciaal voor dit doel opgerichte drukkerij in Amsterdam.
De fabrikant moest er zijn eigen papier heen sturen en betaalde er gelijktijdig zijn belasting. In ruil daarvoor kreeg hij de azen met stempel en een kwitantie voorzien van een zegel, waarvoor ook weer betaald moest worden. De controle op de juiste naleving van de regels was in handen van belastingambtenaren en van de politie. Overtreding werd beboet met honderd gulden. Op het namaken van de belasting-aas stond geseling, waarna brandmerken, 25 dagen eenzame opsluiting en ten slotte eeuwige verbanning uit de provincie volgden.
Smokkel in spellen
In december 1805 werd een nieuwe speelkaartenbelasting van kracht. Twee jaar later kwam er alweer een andere, die op 1 januari 1812 plaats moest maken voor de volgende, die een jaar later weer verdween. Daarna liet men speelkaarten ongemoeid tot er op 1 mei 1920 van regeringswege wederom een landelijke speelkaartenbelasting werd ingevoerd. De heffing was ditmaal zo hoog dat er een levendige smokkel in spellen ontstond. De geschrokken Tweede Kamer schafte de belasting op 1 april 1927 af.
Bron: Jubileumboek Speelkaarten